|
Genk (B) 13-01-2008 De 6-de aflevering van
de marathon van Genk, ook wel de Louis Persoon Marathon genoemd. Mijn
laatste voorbereidings marathon voor Ethiopië.
Deze keer wilde ik mijn ontbijt veranderen
daar ik altijd een probleem s 'morgens met eten voor een wedstrijd. Ik
at 6 sneetjes roggebrood met smeerkaas en stroop. Ik had geen
problemen het af te krijgen dus...... De start, zoals gewoonlijk
startte ik veel te snel, ik had er echt zin in. Voor het einde van de
2-de ronde kreeg ik last van mijn maag en eerst dacht ik dat het van
te veel drinken was maar het ontbijt was duidelijk te herkennen. Ik
voelde me opgeblazen en wist ook dat ik te snel gestart was. Weer had
ik me laten verleiden om mee te gaan ondanks dat ik de rugzak droeg.
Meestal heb ik met rugzak zo 'n 6-7 km nodig om in mijn
ademhalingsritme te komen daar de rugzak mij verhindert om oor te
ademen. Mijn linker enkel protesteerde ook en dat was nieuw maar
verdween weer na zo 'n 5km. Uiteindelijk besloot ik niets meer te
drinken en een poging om alles uit te braken mislukte. Het drinken
hervatte ik pas weer op het einde van ronde 4 ( totaal 7 ronden =
42,195 km ). Het parcour in Genk gaat steeds op en af en een stuk waar
we voorheen tempo konden maken was nu onderbroken door een nieuw
bouwwerk in deze mooie omgeving. Enkele malen wandelde ik bergop
een stukje want de rugzak is dan een ware last. De finish was er voor
mij na 4 uur en 6 minuten een nog meevallende tijd. Ik was ook weer
meteen fit na afloop en kon nu gewoon drinken. Er waren merdere mensen
waar deze aflevering een tegenvaller voor geworden was. Ik zal het
ontbijt toch weer terug moeten zetten op musli repen en Powerbar
Harvest. niet lekker maar je hebt er geen last van.
De komende 3 weken zijn nu vooral om nog
ontspannen kilometers te maken en de weekenden die resten elke dag 20
km met rugzak te lopen. Er komt nog ongeveer een kilo eten bij aan
bagage en dan moet het goed zijn. Een andere zorg is de vele mensen
die ik tegenkom in mijn werk als verpleegkundige, die flink verkouden
zijn en/of grieperig. Ik hoop dat dit me nog een paar weken bespaard
blijft. Uiteindelijk mag ik zeggen dat de voorbereidingen goed
verlopen zijn. Ik heb een goed gevoel ondanks de tegenslag ( alhoewel)
in Genk. Eberhard Schaaf uit Duitsland was met me mee gegaan naar Genk
en hij had duidelijk meer problemen en finishde achte mij. Hij had pas
de griep gehad en door zijn drukke werk als huisarts had hij niet veel
kilometers kunnen maken maar ik Algerije, afgelopen jaar, ging
hij ook goed dus laten we voor hem hopen dat Ethiopië ook goed zal
verlopen.
Foto boven: Theo de Jong (li) en Vincent
Schoenmaekers (re). Lopen momenteel geen marathons/ultra 's meer maar
proberen de draad weer op te pakken. Hebben de moeite genomen ons te
komen aanmoedigen in Genk. Het blijft een GROTE familie de
ultra-wereld.
Beste
Micha,
Kort geleden heb je mij weer eens flink aan het denken gezet.
Bedankt. Mijn visie is nog steeds dezelfde, maar minder
afgebakend in tijd. Mijn ervaringen in Genk hebben daarmee te
maken.
Zoals je weet hebben Vincent en ik heel wat marathons samen of
deels samen afgelegd. In die zin was het niet gek om in Genk ook
samen op te gaan. Wel was het gek om tegen de lopers in te gaan
en ook om slechts één rondje te lopen.
Niet gek was weer ons geklets over het hardlopen. Daarover
denken wij hetzelfde. Lopen doe je voor je plezier, daarover
zijn we het roerend eens. En als dat geschiedt in een prachtige
omgeving als Genk en dan ook nog eens met een goede organisatie
als in Genk en als het dan ook nog eens lekker gaat, dan is
lopen echt een plezier. En als die organisatie dan ook nog zorgt
voor perfect loopweer, dan is het zelfs voor twee uitgerangeerde
ultralopers als wij zijn, weer een plezier.
Maar Micha. Al lopende en kletsende bleven we met één vraag
zitten en dat is het ‘waarom’ van het lopen. Ik bedoel, je
schiet er niets mee op, je maakt je zelf moe en in veel gevallen
heb je het op het einde knap zwaar. En als de tijd dan ook nog
eens tegenvalt heb je niet eens een leuke dag.
Zijn lopers dan allemaal masochisten? Wel, ik ken lopers die de
marathon met pijn uitlopen, maar niet van opgeven willen weten.
In Genk liep ik het laatste rondje met Marijke mee. Voor ons
liep Dave Paul, een Engelse loper die af en toe moest wandelen.
We hebben hem ingehaald. Zijn tot een grimas vertrokken gezicht
maakte duidelijk dat hier een zware, pijnlijke strijd werd
gestreden. Zuchten, steunen en piepen, het leek wel een roestige
stoommachine met te weinig stoom. Vond hij het nog leuk? Ik heb
mijn twijfels, grote twijfels. Maar ook hij ging door, tot de
streep.
De start is altijd leuk, de eerste 20, 30 km ook nog, maar
daarna begint voor velen het grote lijden. Het enige dat ze dan
nog op de been houdt is de gedachte aan het volbrengen. Weer een
marathon erbij, weer een streepje. Ik heb het ‘m toch maar
weer geflikt. Dat is de drijfveer.
Kijk ik naar mezelf, dan houdt dat me op de been. 100 is het
doel. Ik kan het niet, maar 100 is het doel. Daarvoor loop ik
nog steeds. Wel kleine stukjes, maar 100 is het doel. Bij
anderen is dat doel minder duidelijk aan te geven, maar in ieder
kopie is het getal van de gelopen marathons helder. Het getal
van de gelopen marathons en deze erbij.
Maar dat is toch gek. Natuurlijk, marathon nummer 20 loop je,
die laat je niet schieten. Ook nummer 50 en nummer 100 loop je.
En dat Jack Hendrickx in Genk nummer 350 loopt is duidelijk,
maar waarom in vredesnaam nummer 372 (Gijs Honing) of nummer 234
(Henk Sipers). Zijn lopers dan toch masochisten? Micha, ik heb
er Van Dale op nageslagen en deze geeft aan dat masochisme een
‘psychische gesteldheid is waarbij het ondergaan van
vernedering en pijn een belangrijk middel is tot seksuele
bevrediging’. En dat laatste dat zie je toch eigenlijk maar
weinig onder het lopen gebeuren. Geen masochisten dus, maar ze
moeten wel oppassen!
Er verschuilen zich ook heel duidelijk sadisten onder die
lopers. Sadisme is, zegt dezelfde Van Dale, ‘het genoegen
beleven aan en bevrediging vinden in het pijnigen en kwellen van
anderen. Wat te denken in deze van ene Marc P. (om
privacyredenen is de achternaam afgekort). Deze loper schept er
steeds weer genoegen in de andere lopers voor te blijven en dan
bij voorkeur een heel eind voor te blijven. Daarmee pijnigt en
kwelt en vernedert hij ze. Dat is puur sadisme. En gek genoeg
komt hij er zo maar mee weg. Iedereen vindt het maar gewoon.
Overigens snap ik al die ophef niet over het zeven keer op een
rij winnen van de LPM. Als ik zo snel kon lopen, zou ik het ook
doen, dus eigenlijk is er niets bijzonders aan.
Micha, we zien elkaar gauw weer.
Gegroet,
Theo de Jong
|
|



Verhaaltje Vincent
Theo de Jong en ik lopen het parcours in
tegengestelde richting. We zien van dichtbij het zwoegen, werken, maar
in de meeste gevallen met onbekommerd gelaat en sierlijke tred. Daar
lopen ze, de superieure wezens, vandaag in Genk en volgende maand in
Apeldoorn of nog ergens eerder. We prijzen elkaar gelukkig dat we
jarenlang hetzelfde hebben mogen doen. Dat we al die jaren bijzonder
bevoorrecht zijn geweest. De theorie dat 2 of 3 marathons per jaar al
enorme prestaties waren, werden gelogenstraft. Nee, het kon beter, het
kon ook meer. Gelukkig, het lukte steeds beter. Er waren dagen dat je
niet het geringste pijntje had. Dikwijls ook voelden de benen zwaar en
bang, redden ze het nog. Het moet, het gaat. Ieder vezel is dan
gespannen. Direct nog een volle sprint en ik ben er. Is er nog tijd om
te pissen? Een branderige pijn en een vloek op nog geen 500 meter van de
finish. En dan de glorie van de inspanning. Deze en soortgelijke
gedachten hielden me de 6 km van het prachtige parcours bezig, terwijl
ik de strijdlustige Dion toeroep: ‘jij bent de man die zo
geloofwaardig over mij schrijven kan’. Ik bewonder de knalgele
handschoentjes van Patrick en de rode outfit van good old maar o zo
actieve Horst. ‘Jij hier zonder stokken?, ‘knap dat je het kunt
opbrengen om te komen kijken’, ‘jammer dat je onder de wedstrijd
niet meer naar de konten van vrouwen kunt kijken, die zocht je toch
altijd op’. Wat een feest om weer te dollen temidden van mijn vroegere
loopmakkers.
|